De 97ste dag van Labacolla naar Santiago de Compostela: 10 km – totaal 2.475 km

Een prachtig gevoel er eindelijk te zijn, Miranda en Nadine weer te zien, nu voor “het echt” en een hele lange tijd. Annique aan mijn zij, Nadine was helaas te ziek om mee te lopen de laatste 10 kilometer, maar gelukkig goed genoeg om naar me toe te vliegen en me te omhelzen. Miranda was al die maanden al fantastisch en uiteraard bij dit weerzien werd dat alleen maar beter.

Het plein met de kathedraal oplopend, beetje bombastisch dat front, nog weer anders dan de vele kathedralen, die ik onderweg heb gezien, gaf een apart gevoel, geen tranen, zo ben ik blijkbaar niet, een beetje neutraal wat het ophouden van “de weg” betreft, ik was er, mijn gezin ook, dat was dan ook het belangrijkste. Natuurlijk ben ik niet helemaal zonder emotie, maar het was minder heftig dan gedacht, minder dan waar velen het over hebben, het aankomen, tranen in de ogen, alle religieuze rituelen uitvoerend, die je aan het eind “moet” doen om echt “verlost” te worden van je zonden, wel vrij nuchter. Snel naar het kantoor gegaan waar de “Compostela’s”, de oorkondes, de “aflaten” worden verstrekt op vertoon van je pelgrimspaspoort. Mijn “Compostela” is uitgereikt aan Arturum Marium Snel, de zogenaamde “verlatijnisering” van mijn naam, op “die 10 mensis Maii anno Dni 2013”. “Maak er dan ook Snellius van.”, zei ik nog, maar dat werd niet begrepen of gewoonweg niet gedaan. Het was een snelle, “cleane”, zelfs wat koude uitreiking. Zou het uitreiken van de “Compostela” dan toch iets van emotie bij mij hebben opgeroepen, zou het me toch meer doen dan het ophalen van een “papiertje”, zou het toch betekenen iets bijzonders te hebben gedaan, het einde van een lange voettocht?

De “Botafumeiro” hing in de touwen, we hadden het geluk dat het grote wierookvak tijdens die pelgrimsviering zou worden gebruikt in de kathedraal van Santiago de Compostela, waar we tegen twaalven binnenkwamen. Het was vol, vrijwel geheel, mogelijk de best gebruikte kerk van de hele wereld. Volle vieringen, soms meerderen per dag, is gewoon in Santiago. Wat een weelde ten opzichte van al die leeglopende kerken in de rest van West-Europa. Een deel was gereserveerd voor een groep pelgrims, die het geld hadden opgebracht om de “Botafumeiro” te laten slingeren. Dat wordt niet meer elke viering gedaan, het is te duur, men heeft 6-7 mensen nodig om dat tachtig kilo wegende wierookvat door de kerk te laten zwieren. Het heeft niets meer weg van een eerbetoon, het bewieroken als religieus symbool, het opstijgen van het gebed, maar werd het in het verleden al gebruikt als “luchtverfrisser”, nu is het meer en meer een toeristische attractie. Er werd gelukkig niet geapplaudiseerd, geen chartervliegtuig die veilig landde, wel veel foto’s en video’s, en spectaculair was het! De viering was wat rommelig, pelgrims en toeristen bleven in- en uitlopen tijdens de mis, maar had op mij toch wel effect. De voettocht was begonnen met een eucharistieviering, heengezonden met een pelgrimszegen, weg op zondag 3 februari, het aankomen op vrijdag 10 mei en dat aankomen afsluiten met een viering waarin je als pelgrim wordt verwelkomt, je tocht wordt belicht en bejubeld, voor de veilige aankomst en bescherming onderweg wordt gedankt, is mooi, heel mooi!

Santiago, althans het oude gedeelte, intra murales, voor zover die nog bestaan, is een interessante stad, mooi, veel is nog bewaard, kerken, kloosters, in grote hoeveelheid, zijn er nog. Je ziet dat de stad is gebouwd rond en voor het eerbetoon aan de Heilige Jacobus, religie is overal, maar zo ook alles om grote hoeveelheden pelgrims en standaard toeristen op te vangen: cafĂ©’s, restaurants, hotels, winkels, straatmuzikanten, op elke hoek of onderdoorgang. Een stad met Romeinse invloeden, alleen in de naam al, een samenstelling van de naam van de Heilige (San) Jacobus en de naam van het Romeinse legerkamp, Campus Stellae, het kamp van de sterren, dat op die plaats was gevestigd, dat geworden is tot Santiago de Compostela. Veel, zeer veel pelgrims, en dat in het begin van het seizoen, hoe dat is in het hoogseizoen, een paar honderdduizend per jaar, en miljoenen overige toeristen, lijkt onwerkelijk. Gaat “el camino” uiteindelijk ten onder aan haar eigen succes, of is dit een nieuwe religieuze werkelijkheid? Kom je inderdaad aan als pelgrim, met welke reden je ook start, en waar dan ook je begint te lopen, of fietsen, zijn de toeristen alleen maar uit op makkelijk vermaak, of speelt de verering van Jacobus of religie in het algemeen een rol? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het iedereen iets doet en dat is wat waard.

De 96ste dag van Arzua naar Labacolla: 30 km – totaal 2.465 km

Wat een meiden heb ik toch, Annique is fantastisch, zoals Nina was, wat een kracht, vooraan, heuvels op, meelopen op de vlakke stukken, dat 30 kilometer lang, met bagage.
Hordes pelgrims nu, schoolklassen er bij, soms 50-60 op een punt, en dat uren achtereen. Nog steeds geen oordeel, laat staan een veroordeling, maar ik ben blij dat de meesten ergens anders logeren dan daar waar Annique en ik verblijven: Labacolla. Pedrouzo is het dorp waar de meesten de laatste nacht voor “de Kathedraal” doorbrengen, zo’n 20 kilometer dan nog. Voor Annique en mij is het nu nog 10 kilometer, uiterlijk negen uur weg, elf uur het plein voor de Kathedraal op. Een moeilijk moment of juist niet, emotioneel zeker, met tranen, dat weet ik niet.

Nu nog een “verwen”-avond in een goed hotel, met een prachtige “last-minute”-prijs, daarbij ook nog Hemelvaart, dus geen “business”-mensen, alleen pelgrims, Amerikanen, sommigen al voor de 10de keer “gladgetrokken” in het gezicht, maar wel gaan, beetje luid, aparte zaal, maar toch. Gezien de prijs en het eten hadden er wel meer hotels van dit formaat mogen staan langs “de weg”.

Morgen nog 10 kilometer………………….